De werking
Lachgas is distikstofmonoxide, N2O. Het gas is bij kamertemperatuur niet brandbaar, maar valt bij de hoge temperaturen in een verbrandingskamer uiteen in stikstof en zuurstof. Per kilogram bevat lachgas ongeveer 36 procent zuurstof, tegen ongeveer 23 procent in lucht. Met extra zuurstof kan er meer brandstof verbrand worden, en dat levert het extra vermogen.
Een tweede effect is koeling. Lachgas wordt vloeibaar onder druk bewaard. Bij het verdampen in de inlaat neemt het warmte op, waardoor de inlaatlucht kouder en dichter wordt. Ook dat verhoogt de vulling van de cilinders.
Soorten systemen
| Systeem | Werking | Kenmerk |
|---|---|---|
| Droog | Alleen lachgas in de inlaat; extra brandstof via langer openstaande injectoren | Eenvoudig, afhankelijk van de motorsoftware |
| Nat | Lachgas en brandstof samen via een eigen sproeier | Onafhankelijk van de injectoren, meer leidingwerk |
| Direct per cilinder | Per inlaatkanaal een eigen sproeier | Gelijkmatiger verdeling, vooral bij grote vermogens |
De hoeveelheid wordt bepaald door gekalibreerde sproeiers, jets genoemd. De flesdruk bepaalt mee hoeveel er doorstroomt. Bij 20 graden ligt de dampdruk van lachgas rond 50 bar; fleswarmers houden de druk constant, omdat een koude fles minder levert.
Beveiligingen
- Activering alleen bij vol gas, via een schakelaar op het gaspedaal of de gasklepstand.
- Een minimumtoerental, zodat er niet bij lage toeren wordt ingespoten.
- Een afslag bij te lage brandstofdruk.
- Een terugslagklep en een veiligheidsventiel op de fles.
Risico's voor de motor
De grootste bedreiging is een arm mengsel: te veel zuurstof voor de beschikbare brandstof. Dan loopt de verbrandingstemperatuur snel op en ontstaan gaten in zuigers of beschadigde klepzittingen. Ook pingelen of detonatie ligt op de loer, waardoor het ontstekingstijdstip bij gebruik naar later moet. Motoren met gesmede zuigers verdragen lachgas beter dan motoren met gegoten zuigers.
Wettelijke status
Sinds 1 januari 2023 staat lachgas als genotsmiddel op lijst II van de Opiumwet. De Rijksoverheid vermeldt daarbij uitdrukkelijk dat technisch gebruik, zoals voor extra vermogen in verbrandingsmotoren, toegestaan blijft. Het bezit van een fles voor een motorsysteem is dus niet verboden. Wel kan wie een of meer flessen in de auto heeft, bij een controle vragen verwachten over het doel.
Voor de openbare weg ligt het anders. Een ingebouwd systeem wijkt af van de goedgekeurde uitvoering van de auto, met gevolgen voor uitstoot en vermogen. Gebruik op de weg levert bovendien een verkeersrisico op. De gebruikelijke praktijk is daarom gebruik uitsluitend op circuit of dragstrip, onder het reglement van de organisator, die bepaalt of lachgas op het evenement is toegestaan. Wie een systeem permanent in een auto met kenteken wil laten zitten, legt dat vooraf aan de RDW voor.
Verzekering en keuring
Een lachgassysteem hoort bij de wijzigingen die een verzekeraar wil weten. Tijdens de APK wordt de auto beoordeeld in de staat waarin hij wordt aangeboden; een fles onder druk in de bagageruimte zal een keurmeester niet over het hoofd zien.